Hoelang mag uw pup lopen?

Als dierenartspraktijk krijgen we vaak de vraag: hoe vaak, hoe veel en hoe actief mag ik met mijn jonge hond wandelen en spelen? Op internet staan veel goedbedoelde, maar niet wetenschappelijk ondersteunde adviezen. Daarom nu een richtlijn:

De volgende punten zijn belangrijk:IMG-20150606-WA0004

  • Gelijkmatige en goed gedoseerde lichaamsbeweging draagt bij aan de ontwikkeling van de pup. Het zorgt voor een betere spierontwikkeling, coördinatie en het leren van sociaal gedrag.
  • Het doel van beweging en training is om het lichaam van de hond optimaal te ontwikkelen en zijn bewegingen goed te coördineren.
  • Houdt altijd rekening met de sterke en zwakke punten van het ras en specifiek van uw eigen hond.
  • Langdurige beweging of zeer intensieve beweging met piekbelasting moet bij jonge honden worden vermeden.

Uit onderzoek is gebleken, dat gedoseerde beweging bijdraagt aan spierkracht, dikte en samenstelling van het gewrichtskraakbeen en peesdikte.

Jonge pups (van 2 t/m 8 maanden)

Een jonge pup mag 4-5 x daags wandelen. De duur van de wandeling mag 10 minuten per wandeling per maand leeftijd zijn. Dat betekent dat een pup van 3 maanden leeftijd, tot 30 minuten per wandeling mag lopen. Indien de pup eerder uitingen geeft van vermoeidheid dan moet er eerder worden gestopt.

Wanneer pups met elkaar stoeien, dan is het belangrijk dat ze ongeveer van gelijke grootte en gewicht zijn. Als de ene pup veel groter is dan de andere, kunnen door onhandige bewegingen in het wilde spel, soms blessures ontstaan. Het is verstandiger om de pup te laten spelen met een sociale, niet te drukke, volwassen hond. Zo leert de pup zich sociaal te gedragen, met minder kans op ongelukken.

De ondergrond waar gestoeid wordt moet het liefst een zachte (bos)bodem zonder kuilen of obstakels zijn.

Het spelen met stokken wordt afgeraden, in verband met de kans op verwondingen aan tong en keel.

Balspelen zijn natuurlijk leuk, maar het met hoge snelheid achter een bal aanrennen en plotseling remmen of van richting veranderen, is te belastend voor een jonge hond. Een leuk alternatief is de pup in hoog gras te laten zoeken naar de bal.

Het is belangrijk dat de pup leert om onder wisselende omstandigheden te lopen in alle gangen (stap, draf en galop, telgang). We adviseren wandelingen op wisselend terrein, waaronder hoog gras, bos of los zand. Het voordeel van deze terreinsoorten is dat de snelheid laag blijft, waardoor overbelasting wordt voorkomen.  Zo’n wandeling mag ongeveer 10 minuten per levensmaand duren, waarbij het wandelen over moeilijk en vlak terrein moet worden afgewisseld.

Dergelijke wandelingen worden maximaal vier maal per dag gemaakt. Er is geen onderscheid tussen grote en kleine pups! Alle honden moeten hun bewegingsapparaat ontwikkelen. Het is belangrijk om vermoeidheidsverschijnselen van de pup in de gaten te houden. Tekenen van vermoeidheid zijn:

  • Gaan liggen
  • Hijgen en gaan zitten
  • Achterblijven tijdens de wandeling
  • Verminderde alertheid, zoals het trager reageren op de naam en/of bekende commando’s.

Indien dit gebeurt tijdens de wandeling, zal de duur van de wandeling moeten worden ingekort naar 5 minuten per levensmaand, om dit in de loop van de volgende 2 weken weer voorzichtig op te bouwen.

Traplopen is geen bezwaar voor jonge honden, mits dit rustig en aangelijnd gebeurt. Dit moet pups vooraf aangeleerd worden! Pups zijn in staat traptreden stappend (dus niet springend!) te nemen, als deze lager zijn dan de ellebooghoogte van de pup. Pups van kleine rassen kunnen beter gedragen worden.

Ook kan gestart worden met balanstrainingen. Deze oefeningen worden vaak bij puppy-trainingen aangeboden. Let hierbij erop, dat de pup niet kan vallen!

Voorbeelden van balanstrainingen zijn:

  • Over een balk van verschillende breedtes lopen (20-30cm)
  • Langzaam over een stokkenbaan lopen
  • Balans op een grote oefentol of evenwichtsplank.IMG-20150606-WA0003

De oudere pup (9 tot en met 12 maanden)

Op de leeftijd van 10 maanden is de snelle groei van de pup achter de rug. Hij heeft dan 80-85% van zijn volwassen gewicht bereikt.

Vanaf deze leeftijd kun je beginnen met het leren om naast de fiets te lopen. De eerste fietstrainingen bestaan uit netjes meewandelen naast de fiets, waarbij je zelf ook naast de fiets loopt. Vervolgens kun je het mee-rennen naast de fiets opbouwen van enkele minuten, naar ongeveer 30 minuten aan het einde van de 12 maanden leeftijd. De snelheid is een ontspannen draf.

Is de hond in goede gezondheid en conditie, dan kan na de leeftijd van één jaar worden gestart met sportactiviteiten.

SAMENVATTING

  • 10 minuten per keer lopen per maand leeftijd, max 4x per dag
  • traplopen op treden lager dan ellebooghoogte
  • spelen, max 2-3 x daags 10 minuten met een rustige, volwassen hond of een pup van gelijke grootte
  • niet spelen met stokken, geen gooi-spelletjes met ballen. Wel zoekspelletjes
  • coördinatie-training
  • fietsen vanaf 9 maanden
  • oneffen en zwaar terrein geen probleem, afwisselen met vlak terrein
  • sportactiviteiten vanaf 12 maanden

Tot slot: veel ren- en speelplezier met uw hond!